I am Article Layout


Selecteer uw beleggersprofiel:

Deze inhoud is uitsluitend bestemd voor een Adviseur en Institutionele Belegger en Particuliere Belegger.

Agriculture
November 2017

Voeding: van zaden tot het bord van de consument

De levensmiddelensector verschuift van massaproductie naar duurzame productie met een groeiende belangstelling voor biologische producten.

In ons consumptiegedrag is de aandacht verschoven van de prijs van wat op ons bord ligt, naar de kwaliteit van de maaltijd. ‘Het grote publiek wordt zich steeds bewuster van wat we eten. Het is heel gewoon om de ingrediënten op de verpakking te controleren. Consumenten kijken naar de herkomst van ingrediënten en of die biologisch zijn’, zegt Gertjan van der Geer, manager van een fonds dat zich richt op voedselproductie.

Door te investeren in duurzame voedingsbedrijven kunnen we bijdragen aan het verminderen van de grootschalige verspilling

Volgens Van der Geer is de impact van deze verschuiving in alle delen van de voedselketen waarneembaar. Om in aanmerking te komen voor een erkend kwaliteitslabel, dienen voedselverwerkende bedrijven heel selectief te zijn met de ingrediënten die ze aan hun producten toevoegen. Landbouwbedrijven constateren een groeiende vraag naar biologische en gezonde producten. Toch gaat ongeveer 1,3 miljard ton van de jaarlijkse wereldvoedselproductie verloren. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties1 wordt ruim 40 procent van het voedsel dat we verbouwen verspild in velden, fabrieken, magazijnen, winkels en vuilnisbakken. ‘We denken dat slimmere verpakkingen en nieuwe oplossingen voor recycling kunnen bijdragen aan het verminderen van die onnodige verkwisting’, legt Van der Geer uit.

Megatrends, aanjagers van verandering

Op de lange termijn is de noodzaak om de productiviteit te verhogen een van de belangrijkste thema’s in de levensmiddelensector. Die beweging wordt aangedreven door megatrends, zoals demografische ontwikkelingen en economische groei. ‘Elk jaar neemt de wereldbevolking met gemiddeld 83 miljoen mensen toe.2  We hebben meer monden te voeden. Ook verandert het dieet van de plaatselijke bevolking in verschillende delen van de wereld. Door de toenemende welvaart van consumenten in opkomende markten kunnen meer mensen het zich veroorloven om vlees op het menu te zetten. Er is ongeveer 2 kilo pluimveevoer nodig om 1 kilo kippenvlees te produceren. Die hoeveelheden zijn in het geval van lams- en rundvlees nog hoger. Al meer dan 70 procent van het graan dat rijke landen produceren, dient als veevoer. Hoewel dat percentage afneemt naarmate meer mensen overgaan op een dieet met minder of geen vlees, zal de wereldwijde impact van de groeiende vleesconsumptie in opkomende markten juist groter zijn. Naar schatting moet de wereldvoedselproductie in 2050 met 60 tot 100% zijn gestegen om de stijgende vraag bij te houden.3 Dit schept grote kansen voor beleggers in de gehele duurzame voedselproductieketen.’