I am Article Layout

Nu lezen: Cruciale rol van beursgenoteerde infrastructuur in de transitie naar schone energie



Selecteer uw beleggersprofiel:

Deze inhoud is uitsluitend bestemd voor een Adviseur en Institutionele Belegger.

Bent u een Particuliere Belegger?

schone energie en infrastructuur

April 2021

Cruciale rol van beursgenoteerde infrastructuur in de transitie naar schone energie

Waarom schone energie-aandelen moeten worden overwogen als onderdeel van een allocatie aan infrastructuur.

01

Infrastructuuractiva voor institutionele beleggers

Het upgraden van de infrastructuur kan de productiviteit van een economie een boost geven.

Erin beleggen is net zo waardevol.

Als belegging leveren reële activa zoals elektriciteitsnetten en waterkrachtcentrales doorgaans stabiele, inflatiebeschermde kasstromen. Ze kunnen ook rendementen genereren die niet gecorreleerd zijn met die van aandelen en obligaties.

Daarom wijzen institutionele beleggers met langlopende verplichtingen - pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen - al decennialang kapitaal toe aan infrastructuur. Volgens de OESO hebben zij in de loop der jaren meer dan 1 biljoen dollar aan infrastructuurbeleggingen gedaan. 

De aantrekkingskracht van infrastructuur bij deze groep van beleggers zal de komende tien jaar wellicht nog sterker worden. Vooral met betrekking tot schone energie. 

Nu de VS, Europa en China op het punt staan om biljoenen dollars uit te geven voor een groen herstel, is een breed scala aan hernieuwbare en duurzame activa klaar voor snelle groei, waaronder wind- en zonne-energiecentrales, duurzame elektriciteitsnetwerken, infrastructuur voor elektrische voertuigen en milieuvriendelijk gebouwen. Op termijn zullen ze het leeuwendeel van de nieuwe infrastructuuractiva uitmaken.

Beleggers zijn alert op dergelijke trends. In een recent onderzoek zei meer dan 80 procent van de institutionele beleggers dat ze verwachten dat de sector van de schone energie de primaire bron van infrastructuurbeleggingen zal zijn voor de komende 10 jaar.1

Wat beleggers misschien niet beseffen, is dat die kansen niet beperkt blijven tot de private markten. Ze zijn net zo goed te vinden via beursgenoteerde aandelen.

Aantrekkelijkheid van beleggingen in infrastructuur

Globaal genomen wijzen institutionele beleggers ongeveer 6 procent van hun portefeuillebeleggingen toe aan infrastructuur.

Daarbinnen maken private activa het grootste deel uit van dergelijke beleggingen (zie Afb. 1).

Het is een verstandige zet gebleken: niet-beursgenoteerde infrastructuur leverde het afgelopen decennium een totaal rendement op van bijna 14 procent op jaarbasis.2

Afb. 1 - Beleid voor asset-allocatie van Amerikaanse pensioenfondsen en huidige focus op reële activa

 

pension funds AA.png

Gebaseerd op de visie van Amerikaanse consultants voor 2020. Bron: NEPC en Verus

Hoewel infrastructuurbeleggingen over het algemeen rechtstreeks gebeuren met particulier kapitaal, zijn er goede redenen om aan te nemen dat dit in de toekomst niet de standaardkeuze is. In bepaalde sectoren  wordt beursgenoteerde infrastructuur – overheidsbedrijven die reële activa bouwen, beheren en  bezitten – snel een geloofwaardig alternatief voor directe beleggingen. 

Daar zijn verschillende redenen voor.

Om te beginnen is er een opvallende wanverhouding tussen het aanbod van en de vraag naar particulier beheerde activa. De voorbije jaren is private infrastructuur een populaire en dus dure activaklasse geworden.

De beschikbaarheid van private en hoogwaardige infrastructuurbeleggingen is beperkt gebleven, mede vanwege de tijd die nodig is om grootschalige projecten te ontwerpen, goed te keuren en aan te schaffen.

Ter illustratie: de totale overheidsuitgaven voor infrastructuur in de VS bedroegen in 2017 slechts 2,3 procent van het bbp, minder dan het gemiddelde sinds de jaren 80 van ongeveer 2,5 procent. 3

Dat heeft op zijn beurt geleid tot een stijging van de waarderingen van reële activa.

Sinds 2000 zijn de waarderingen voor private infrastructuur verachtvoudigd. Die stijging overtreft die van beursgenoteerde aandelen, waarvan de waarderingen in dezelfde periode verdubbelden.4 Dat alles drukt het verwachte rendement van reële activa.

Het plaatst institutionele beleggers voor een dilemma.

Hoewel hun belangstelling voor infrastructuur onverminderd is – zo'n 54 procent van de beleggers die werden ondervraagd door adviesbureau Preqin is van plan om zich in de komende 12 maanden meer te engageren voor infrastructuur dan vorig jaar - zijn redelijk geprijsde opties beperkt.

Een uitzondering is beursgenoteerde infrastructuur, waar het investeringsrendement de afgelopen vijf jaar in elk geval dat van particuliere beleggingen heeft ingehaald (zie Afb. 2).

Afb. 2 - Groter, meer liquide

Vergelijking private en beursgenoteerde infrastructuur

comparison table.png

EDHEC Infra 300-index, S&P Global Infrastructure-index, MSCI World Infrastructure-index, MSCI ACWI en WGBI. Bron: EDHEC, Preqin, Refinitiv, S&P en Bloomberg, gegevens uit de periode van 10 jaar die eindigt op 10.03.2021

Beursgenoteerde infrastructuur biedt nog een aantal voordelen ten opzichte van meer directe beleggingsvormen.

Gediversifieerd, liquide, flexibel. Vergeleken met directe beleggingsvormen zijn beursgenoteerde infrastructuurbedrijven actief in verschillende sectoren, die tientallen subsectoren van aandelen bevatten.5 Dat biedt beleggers de mogelijkheid om een meer gediversifieerde infrastructuurportefeuille op te bouwen. Beleggingen in openbare infrastructuur bieden ook meer flexibiliteit. Omdat aandelen liquide beleggingen zijn, kunnen beleggers kapitaal gemakkelijk opnieuw inzetten als reactie op economische, regelgevende en financiële ontwikkelingen die veranderingen in de waardering van activa veroorzaken. Dat in tegenstelling tot directe beleggingen, waar het kapitaal doorgaans een aantal jaren wordt vastgezet.

Frequente prestatiecontrole. Beursgenoteerde bedrijven moeten driemaandelijkse updates over hun omzet, winst en productaanbod publiceren. Beleggers kunnen de prestaties van hun beleggingen op de openbare markt vaak volgen, in tegenstelling tot niet-beursgenoteerde bedrijven waar bepaalde prestatiegegevens mogelijk niet geschikt zijn voor institutionele asset-allocatie.6

Beter ecologisch, sociaal en governanceprofiel (ESG). Beursgenoteerde bedrijven doen het doorgaans beter wat de ESG-criteria betreft. Vergeleken met private bedrijven staan beursgenoteerde bedrijven onder grotere publieke druk om hun ESG-prestaties te verbeteren. Soms reageren ze heel snel.

Neem bijvoorbeeld het gebruik van fossiele brandstoffen door nutsbedrijven. Sinds 2005 hebben beursgenoteerde nutsbedrijven bijna 40 procent van hun steenkoolactiviteiten afgebouwd vanwege hun belasting op het milieu. Dat staat in schril contrast met slechts 20 procent bij eigenaren van particuliere kolencentrales.

Bovendien blijft de private sector aanzienlijke investeringen toewijzen aan kolenprojecten. Bijna 90 procent van de geplande nieuwe kolencapaciteit in Europa is eigendom van particuliere bedrijven, terwijl slechts ongeveer 10 procent van de projecten eigendom is van beursgenoteerde nutsbedrijven.

Terwijl zowel beursgenoteerde als particuliere nutsbedrijven kolencentrales blijven exploiteren, hebben beursgenoteerde nutsbedrijven ongeveer 60 procent van hun resterende activiteiten ingepland voor afbouw of een overstap naar emissieverlagende brandstof. Het vergelijkbare percentage bij private exploitanten ligt minstens 20 procentpunten lager.7

02

In aanbouw: schone en duurzame infrastructuur

Er is met name één gebied waar beursgenoteerde infrastructuur opkomt als een haalbaar alternatief voor zijn private tegenhanger: schone energie. 

Het is overduidelijk dat hernieuwbare energie en duurzaamheidsgerelateerde sectoren de komende jaren een magneet zullen zijn voor infrastructuurbeleggingen. Zowel overheden als een toenemend aantal grote multinationals hebben zich geëngageerd voor ambitieuze CO2-reductiedoelstellingen in het post-Covid-tijdperk.

Dat betekent dat er biljoenen dollars aan kapitaal moeten worden overgeheveld naar schone energie-activa. De verschuiving kwam al in een stroomversnelling vóór de gezondheidscrisis. 

In het jaar vóór de pandemie was de sector van de duurzame energie verantwoordelijk voor het grootste deel van de infrastructuurbeleggingen in de particuliere sector. Alleen al in 2019 haalde de sector meer dan 40 miljard dollar aan nieuw kapitaal op, of meer dan 40 procent van het totale bedrag dat in dat jaar in infrastructuur werd geïnvesteerd. Dat is een stijging tegenover de 20 procent aan het begin van het decennium.8

 

Afb. 3 - Megadollars
Cumulatieve beleggingsbehoeften onder het Transforming Energy Scenario (TES) in 2016-2050
IRENA.png

TES verwijst naar het afstemmen van energie-beleggingen op de noodzaak om de opwarming van de aarde “ruim onder 2 °C” te houden in overeenstemming met het Akkoord van Parijs. Bron: Internationaal Agentschap voor hernieuwbare energie

Dat ziet er bescheiden uit in vergelijking met wat zich zou kunnen ontvouwen. Volgens het Internationaal Agentschap voor hernieuwbare energie moeten de gecumuleerde investeringen in het energiesysteem tussen 2016 en 2050 met 16 procent stijgen tot 110 biljoen dollar, ten opzichte van wat momenteel gepland is, om de klimaatdoelstellingen te halen. 

Als dat gebeurt, zouden de investeringskansen in het elektrificatie- en infrastructuursegment – waaronder elektriciteitsnetten, oplaadnetwerken voor elektrische wagens en productiefaciliteiten voor waterstof of synthetisch gas –  tegen 2050 kunnen oplopen tot wel 26 biljoen dollar. Het is een vergelijkbaar beeld voor duurzame energie (zie Afb. 3). 

 

Openbare infrastructuur: diepte winnen

En er zijn redenen om aan te nemen dat de publieke markt een aanzienlijk deel van dit kapitaal zou aantrekken.

De opkomst van blanco cheque-financierders, ook bekend als SPAC's (special purpose acquisition companies), is hierbij een cruciale ontwikkeling.

SPAC's beginnen zonder activa en gaan openbaar om kapitaal te bundelen met de bedoeling doelen te fuseren of te verwerven. Zij bieden bedrijven een sneller en efficiënter alternatief om kapitaal aan te trekken dan via een traditionele beursgang.  

Volgens het Amerikaanse advocatenkantoor Vinson & Elkins vestigde het aantal aangekondigde 'de-SPAC'-transacties door schone energiebedrijven – of het post-IPO-proces van de SPAC en de doelactiviteit die samengaan in een beursgenoteerde onderneming - in 2021 een record, terwijl IPO's van SPAC's voor energietransitie even talrijk waren.

De populairste sectoren waarop SPAC's zich richten, zijn onder meer elektrische wagens of wagens met alternatieve brandstoffen, autonomie van voertuigen en batterijopslag in het elektriciteitsnet.10

Het rapport van V&E voegt eraan toe: "Met geraamde kapitaalvereisten om te voldoen aan CO2-doelstellingen en de grote belangstelling van beleggers voor deze investeringen, kan de activiteit tot nu toe slechts een voorbode zijn van een nog sterkere activiteit in het komende decennium.”

De gemiddelde SPAC voor schone energie wordt geschat op een verwachte bedrijfswaarde – een maatstaf voor de potentiële overnamewaarde van een bedrijf – van 1,8 miljard dollar. 11

Traditionele beursintroducties in de schone energiesector zijn in sommige regio's ook sterk. In Spanje werken, mede als reactie op het groene herstelplan van de EU, ten minste vier bedrijven, waaronder Repsol, dit jaar aan mogelijke beursintroducties van hernieuwbare activa.

03

Groene infrastructuur voor impact

Aangezien wereldwijd de inspanningen toenemen om koolstofarm te worden en efficiënter om te springen met hulpbronnen, zijn beursgenoteerde infrastructuurbedrijven die gespecialiseerd zijn in schone energie en duurzame oplossingen zowel een aanvulling als een alternatief voor particuliere activa.

Beursgenoteerde infrastructuuraandelen, vooral in schone energie en duurzame sectoren, stellen beleggers ook in staat om hun beleggingsdoelstellingen af te stemmen op hun milieu- en maatschappelijke doelstellingen.

Infrastructuuraandelen in schone energie stellen beleggers in staat om hun beleggingsdoelstellingen af te stemmen op hun milieu- en maatschappelijke doelstellingen.

Pictet Clean Energy-strategie: beleggen in energietransitie

  • De   van Pictet AM is ideaal als aanvulling voor institutionele beleggers die op zoek zijn naar blootstelling aan duurzame infrastructuur. 
  • De Clean Energy-strategie van Pictet AM belegt in bedrijven die de energietransitie ondersteunen en ervan profiteren. Ze streeft naar kapitaalgroei op lange termijn met de mogelijkheid om gedurende een bedrijfscyclus beter te presteren dan de belangrijkste wereldwijde aandelenindexen.
  • De strategie investeert in brede en gediversifieerde segmenten voor schone energie, niet alleen in hernieuwbare energie, maar ook in technologieën, innovaties en infrastructuur die slimme mobiliteit, energie-efficiënte gebouwen en efficiënte productie ondersteunen.
  • Nutsbedrijven en industrie maken ten minste 40 procent van de portefeuille uit.
  • Ongeveer een derde van de portefeuille is rechtstreeks blootgesteld aan infrastructuuractiva en -beleggingen, terwijl de resterende portefeuille indirect is blootgesteld en ook zou moeten profiteren van de toenemende instroom naar groene infrastructuur.
  • De portefeuille is voor bijna 100 procent blootgesteld aan het investeringsplan van de Amerikaanse president Joe Biden ter waarde van 2 biljoen dollar.
  • Onze Clean Energy-strategie werd gelanceerd in 2007 en heeft een trackrecord dat een van de langste in de sector is. Het ervaren team dat de Clean Energy-strategie beheert, maakt deel uit van ons baanbrekende Thematic Equities-team dat ongeveer 53 miljard dollar beheert aan de hand van een reeks strategieën.

Gegevens per 31.03.2021